4 oktober 2017

Bijna iedereen heeft wel eens met een coach te maken gehad: van de aanmoedigingen van de coach of aanvoerder langs de kant bij een wedstrijd, tot een psycholoog of praatpaal. Van de baas die zegt hoe je je talenten op de werkvloer goed kunt inzetten tot je moeder die je inprent dat je die toets echt wel goed zult maken.

Op een ROC hadden ze laatst een mooie slogan die dit ook aangeeft: ‘Elke topper heeft een coach’. Hiermee geven zij aan dat ze studenten willen ondersteunen bij problemen op allerlei gebied: van planning en studieachterstand tot problemen thuis. Door de inbreng van betrokken mensen bloeien de leerlingen weer op.

Wat mij betreft is iedereen een topper en verdient iedereen daarom een coach. De psycholoog, de personeelsadviseur, de manager, de sportcoach zijn inmiddels geaccepteerd als hulpbron. Dus waarom kiest dan niet iedere jongere op het gebied van studiekeuze een coach? Iemand die hem kan helpen een spiegel voor te houden. Iemand die probeert los te krijgen waar hij warm voor loopt of waar hij een hekel aan heeft. De coach onderzoekt samen met de jongere waar vaardigheden en talenten het best tot hun recht komen, in een beroep of studie die bij de jongere past. Dit alles vereist een omgeving waar de studiekiezer zich gehoord en gezien voelt, met individuele tijd en aandacht. Gewoon, zoals coaching hoort te zijn.

Wat mij betreft hoort er een gezamenlijk streven te zijn van iedereen die met en voor jongeren werkt; namelijk dat zij gedurende hun schoolloopbaan alle tijd en aandacht krijgen voor die belangrijke ontwikkelingsstap die studiekeuze heet. Want iedere topper verdient een coach, net zoals de topsporter, de deelnemer aan de Voice en de filmster met zijn personal trainer.

Mijn nieuwe slogan daarom: Elke studiekiezende topper verdient een studiekeuzecoach!

29 juni 2017

De laatste jaren wordt het tussenjaar steeds populairder. Studenten stellen het studeren een jaartje uit, omdat zij eerst hun mogelijkheden goed willen ontdekken. Zeker nu het bijna onvermijdelijk wordt dat je fiks mag investeren in een studie. Een foute studiekeuze doet je studieschuld al gauw met een paar duizend Euro oplopen. 

Maar is dat jaar ertussen uit nou goed of niet? Uit onderzoek is gebleken dat het voor studie-uitval helemaal geen kwaad kan dat een student er eerst een jaar tussenuit gaat voordat hij gaat studeren. Universitaire studenten kunnen dan beter gaan reizen, terwijl hbo-ers beter een jaar kunnen gaan werken. De uitvalcijfers zijn nog steeds aanzienlijk, maar er zijn wel redenen te bedenken waarom de percentages voor studenten met een tussenjaar lager liggen.

Ten eerste zijn die studenten een jaar ouder dan zij zouden zijn wanneer zij direct waren gaan studeren. Nou lijkt een jaar niet veel, maar het algemene zelfinzicht van een 16/17-jarige ten opzichte van dat van een 18/19-jarige is een wereld van verschil. Het puberbrein kan in een jaar veel veranderen.

Ten tweede: een jaar werken of reizen en daarmee éigen ervaringen opdoen in plaats van ze voorgeschoteld krijgen op school maakt een aankomend student volwassener.

Tenslotte is het heel goed denkbaar dat er in een tussenjaar meer tijd is om uit te zoeken wat men nou écht wil gaan studeren. Daarmee wordt een meer gefundeerde studiekeuze gemaakt en dat helpt studie-uitval te voorkomen.

Moet iedereen dan maar gaan reizen of werken?

Niet iedere student is een avonturier, dus gaan forceren lijkt me geen goed idee. Reizen moet wel in de aard van het beestje zitten. En werken zou wel wat verder moeten gaan dan een baantje zoeken in de plaatselijke supermarkt. Het werk moet dan wel uitdagend zijn en groei met zich meebrengen. Een jaar werken kan echter ook averechts werken: een jongere kan gewend raken aan geld verdienen. Wanneer hij naast de studie wil werken om een bepaalde levensstijl te onderhouden, kan studie-uitval juist weer op de loer liggen.

Maar wanneer het tussenjaar goed gebruikt wordt, voor het verwerven van persoonlijke ontwikkeling en zelfinzicht, zal de student er zeker baat bij hebben! En een studiekeuzebegeleider inschakelen tijdens dat tussenjaar: dat is natuurlijk helemaal slim.

 

17 januari 2017

In de vorige blog-entry gaf ik een kritische noot over de gevaren van LOB (loopbaanoriëntatie- en begeleiding) binnen het onderwijs. Ik sloot af met dat er ook veel positiefs te melden is. Aan een aantal van die positieve kanten van LOB en studiekeuzebegeleiding binnen het onderwijs wil ik hier aandacht geven.

1.       Jongeren kunnen in het onderwijs leren hoe dingen met elkaar verband houden. Door vakdocenten bij de inhoud van het loopbaancurriculum te betrekken leren jongeren waar ze het voor doen. Waarom moeten ze Duits of Frans leren spreken? Wat kun je nog meer met het vak geschiedenis dan enkel leraar worden? Wat moeten ze met al die wiskundige vergelijkingen in de daadwerkelijke praktijk? Een goede vakdocent weet wat er in het beroepenveld te koop is en waar het ingezet kan worden. Er is helemaal niets mis mee om eens letterlijk buiten het boekje te gaan met de les!

 

2.       Al in het vorige artikel gaf ik aan dat jongeren ook van elkaar kunnen leren. Zij kunnen elkaar een spiegel voor houden, zij kunnen elkaar complimenten geven of juist kritisch naar zichzelf leren kijken. “Hoezo kun jij niet goed tekenen? Gast, wat je maakt is te geweldig.” Of: “Jij bent altijd degene die de boel regelt, leuke dingen bedenkt. Ik vind dat wel handig, doen we tenminste eens iets.”

 

3.       LOB is een continu proces. Dat moet al jong beginnen. Buiten school is dat lastig te realiseren. Op school komen jongeren dagelijks in contact met volwassenen die (hopelijk ;-)) iets van de wereld gezien hebben, weten te vertellen wat er ‘out there’ allemaal te koop is, waar er kansen en gevaren liggen. Een beetje sturing en stimulans op jonge leeftijd kan ze al uit hun eigen kringetje halen. Een beetje meer zicht krijgen op andere sectoren, hobby’s en richtingen door met elkaar te praten.